Egbertale

Over zingeving en economie en alles wat daar tussen ligt

  • Home
    Home Hier kunnen alle blogberichten op de hele site gevonden worden.
  • Tags
    Tags Toont een lijst met tags die in de blog gebruikt zijn.
  • Inloggen
    Login Inlogformulier

Het ontstaan van een community

op
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 2223
  • Afdrukken

Zo’n 7 jaar geleden was ik niet tevreden over mijn website, omdat ik er alleen met veel gedoe zelf iets aan kon veranderen. Ik wilde meer grip en was op zoek naar een manier om de inhoud en menu's eenvoudig aan te passen. Toen ontdekte ik dat er software bestond die het managen van een website veel eenvoudiger maakt en die bovendien gratis was. Die software heette Joomla. Er bleek een groep enthousiaste programmeurs actief te zijn die ervoor zorgde dat bugs werden gerepareerd en de mogelijkheden en gebruikersvriendelijkheid steeds groter werden. Dit was mogelijk omdat de software niet alleen gratis was, maar omdat de broncode, zeg maar het hart van het programma, door iedereen ingezien en aangepast kon worden. Dat principe heet open source.

Bovendien ontdekte ik dat er allerlei commerciële bedrijfjes hun geld verdienen door extra’s aan te bieden die je kon gebruiken in aanvulling op die gratis software. Joomla was trouwens zeker niet de eerste en ook niet de bekendste open source software. De bekendste en meest succesvolle is Linux, een besturingssysteem voor servers, waar een groot deel van het internet in feite op draait.

Het succes van dit soort groepen of communities sprak me aan omdat het een manier van organiseren is die voornamelijk op de motivatie van de deelnemers drijft. Dus niet primair op commerciële belangen van organisaties, hoewel het niet vies wordt gevonden als er ook geld verdiend wordt, bijvoorbeeld met uitbreidingen. En blijkbaar is het mogelijk om gezamenlijke doelen te bereiken vanuit zo’n losse manier van organiseren. Ik vroeg me af of het ook mogelijk is om dit ook op andere terreinen toe te passen. Ik was daarin zeker niet de enige. Er zijn allerlei voorbeelden van initiatieven van communities die zich richten op andere terreinen (dan software ontwikkeling). Wikipedia is een beroemd voorbeeld en er zijn zelfs initiatieven om tot ‘open source’- bier en ‘open source’-koffie te komen.

Mijn interesse lag vooral bij onderzoek voor beleid. Dat terrein ken ik en ik zag daar ook wel overeenkomsten met het programmeren van software. Ik vroeg mij af of het mogelijk is om een community op te richten, die door uitwisseling van kennis tot gezamenlijke onderzoeks-producten komt.  

In 2009 heb ik de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen (WESP) opgericht, geïnspireerd op de open source software-beweging. Inmiddels heeft deze werkgroep zo’n 30 leden. De werkgroep heeft een aantal richtlijnen tot stand gebracht op het gebied van het evalueren van (sport)evenementen. Evaluatie volgens deze richtlijnen is inmiddels als verplichting opgenomen door het ministerie van VWS voor het verkrijgen van subsidies. Vrijwel alle grote sportevenementen in Nederland moeten deze richtlijnen volgen. Het wordt door onderzoekers en docenten in het vakgebied sport gezien als een ‘best practice’ op het gebied van een onderzoekscommunity. Aan de hand van ervaringen met deze community heb ik voor mezelf een aantal regels vastgesteld voor het vormen van een succesvolle community.

Mijn vijf regels zijn:

1. Maak van je frustratie een belofte

2. Houd het oog op de bal

3. Vind en koester inhoudelijke bondgenoten

4. Geef je kennis weg

5. Span organisaties als paard voor de inhoudelijke kar

 

1. Maak van je frustratie een belofte

Wat mij al enige tijd frustreerde was het feit dat er geen betrouwbare gegevens voorhanden waren over het aantal bezoekers van een evenement. De gegevens die verstrekt worden door organisatoren zijn notoir onbetrouwbaar. Ze zijn niet zelden een factor 2 à 3 te hoog. Dit was trouwens niet alleen voor onderzoekers zoals ik een probleem, maar ook bijvoorbeeld voor sponsoren en dienstverleners zoals brandweer en beveiliging.

Mijn gevoel zei me dat je een belofte, een wenkend perspectief moet formuleren dat voor alle betrokkenen inspirerend werkt. Deze belofte moet belangenoverstijgend maar ook haalbaar en concreet. Een wenkend perspectief geeft een groep focus en energie. Je ziet bijv. op LinkedIn veel discussiegroepen georganiseerd worden rondom een bepaald thema. Het probleem van dit soort groepen is dat ze geen doel hebben en daarmee geen urgentie. In het beste geval zijn het een soort virtuele koffieruimtes, waar je gezellig kunt kletsen met vakgenoten. Maar te vaak zijn het platforms waar enkele zenders voortdurend hun boodschap de ether in slingeren. Het wenkend perspectief wat ik bedacht was om tot richtlijnen te komen voor het meten (tellen) van bezoekers.

Het doel van een community moet enerzijds concreet genoeg zijn om duidelijke voordelen op te leveren voor de deelnemers en anderzijds moet het ook een mate van ‘algemeen belang’ hebben, zodat deelnemers het gevoel hebben dat ze bijdragen aan iets dat uitstijgt boven hun eigenbelang. Het is bovendien gemakkelijker om energie te blijven steken in de uitvoering van een idee als deze voortvloeit uit je eigen ervaring of frustratie.

2. Houd het oog op de bal

Het wenkend perspectief van een algemeen aanvaarde methode om aantallen bezoekers te tellen leidde in 2006 tot een initiatief van een ander onderzoeksbureau en mij. Uiteindelijk resulteerde dit in een convenant tussen de vijf grootste Nederlandse gemeentes om voortaan bezoekers bij evenementen te gaan tellen. Vervolgens werd er een stichting in het leven geroepen en werd er financiering gezocht. Helaas werd deze nooit gevonden en dat was het voorlopig einde van het idee. Een probleem was dat we wel hadden bedacht wat we moesten doen, maar nog onvoldoende duidelijk was hoe we het moesten doen. We hadden een contouren van een vliegtuig ontworpen, maar nog zonder motor, en het was niet duidelijk hoe hij zou gaan vliegen. En er waren inmiddels ook partijen wakker geworden, die niet zo heel veel belang hadden bij een snelle ‘take off’, zoals organisatoren die met de billen bloot moesten.

Kortom: we hadden een mooie vorm bedacht, maar die bleek de doodsteek te zijn voor de inhoud. Als je een perspectief, een doel of een uitkomst hebt bedacht waar je je senang bij voelt, houd je dan ook vast aan dat inhoudelijke doel. Houd het oog op de bal, laat je niet teveel afleiden door het spel. Denk niet in partijen, financiering of juridische vormen, want dat is vaak de vijand van de inhoud. Mijn ervaring is dat je meeste bereikt als je het goede idee vasthoudt, maar flexibel bent in de vorm en de uitvoering. Dit betekent ook dat je een lange adem moet hebben en in je idee moet geloven ook al ziet niemand er iets in. Beter een zuinig dieseltreintje dat je zelf kunt stoken, dan een energieslurpende straaljager die aan de grond staat. Hier ligt een verband met de eerste regel, namelijk dat het makkelijker is om energie te blijven steken in iets dat dichtbij jezelf ligt.

3. Vind en koester inhoudelijke bondgenoten

Mijn volgende stap was het opnieuw benaderen van belanghebbenden uit de evenementenbranche om te kijken of we toch uitwerking konden geven aan de afspraken. Daarbij benaderde ik in eerste instantie organisatoren van evenementen waarvan ik wist dat ze mijn frustratie deelden. Deze bleken enthousiast, maar helaas maar heel kort. Het was als een strovuur. Hun inhoudelijke betrokkenheid lag bij het organiseren van een evenement, en maar zijdelings bij onderzoek of het goed registreren van bezoekers.

Ik was daarnaast al bezig met het oprichten van een community van onderzoekers op het gebied van sport en economie. Hier bleek de belangstelling veel duurzamer. Bij de oprichting van de Werkgroep Evaluatie Sportevenementen heb ik vakgenoten uit mijn netwerk persoonlijk benaderd om mee te denken over het opstellen van richtlijnen voor het meten van bezoekersaantallen (en andere zaken rondom evenementen, zoals economische impact).

Bij het ontwikkelen van een inhoudelijke onderzoekscommunity moet je voorzichtig zijn met het betrekken van (te) extraverte managers en beleidsmakers, maar inhoudelijke bondgenoten zijn onmisbaar. In het geval van een onderzoekscommunity zijn inhoudelijke bondgenoten meestal medeonderzoekers, professionals die weten waar Abraham de mosterd haalt. Je community staat of valt met de betrokkenheid van deze inhoudelijk enthousiaste mensen.

Het is belangrijk om hen te benaderen als persoon, dus niet als vertegenwoordiger van een belang of organisatie. Hun inhoudelijke motivatie is de energiebron voor het ontwikkelen van je idee. Hier komt ook wat psychologisch inzicht om de hoek kijken: een community werkt alleen als leden zich veilig voelen. Dat is het geval als zij gezien en gewaardeerd worden om of vanwege hun persoonlijke kwaliteiten. Je hoeft trouwens niet persé alle vakgenoten op één lijn te krijgen. Het werkt vaak het beste om er enkele uit te pikken die je vertrouwt. De rest wil dan vaak niet achterblijven.

Hoewel ik een grote fan ben van internet en alle vormen van digitale communities, denk ik dat een echte community van tijd tot tijd ‘real life’ contact nodig heeft. Zeker in het begin is het nodig dat mensen elkaar treffen. Mailverkeer kan voor veel misverstanden zorgen en het voeren van een open dialoog is moeilijker is omdat je elkaars lichaamstaal niet kan zien. Zoals gezegd, veiligheid voor de deelnemers is van groot belang en daarbij hoort ook dat er ruimte wordt gecreëerd voor alle aanwezigen. Inhoudelijk gemotiveerde mensen zijn vaak introvert en het is belangrijk om hen te stimuleren en hen de ruimte te geven om hun ideeën naar voren te brengen

4. Geef je kennis weg

Een natuurlijke neiging van onderzoekers, mijzelf zeker niet uitgezonderd, is om kennis zoveel mogelijk voor zichzelf te houden om deze te exploiteren. Wat de open source ons leert is dat de verdiensten voor iedereen veel groter kunnen zijn, als je bereid bent om je kennis weg te geven. Linus Thorvald stelde zijn programma (Linux) voor iedereen beschikbaar en creëerde op die manier een positieve spiraal van kennisdeling.

In het geval van de WESP heb ik besloten om mijn kennis zonder voorwaarden beschikbaar te stellen aan iedereen die interesse had in dit onderwerp. In de loop der tijd had ik kennis opgedaan over de kosten en baten van sportevenementen en heb daar een proefschrift over geschreven. Ik merkte bij mijzelf, na ca. 10 jaar met dit onderwerp bezig te zijn geweest, ook een behoefte om deze kennis over te dragen.

Een van de uitgangspunten van de WESP is daarom ook de vrije toegankelijkheid van informatie. Dat is ons gelukt op het gebied van richtlijnen, methoden en rapporten. In het geval van databestanden is dat weerbarstiger. Ik hoop echter dat we daar nog een stap gaan zetten. Je kennis weggeven is veel radicaler en moeilijker dan je kennis delen, het vergt een asymetrische eerste stap. Waarschijnlijk zijn meer onderzoekers bereid om hun kennis te delen dan om het weg te geven. Maar afspraken tot kennis delen werken vaak niet, omdat er bijna altijd allerlei voorwaarden worden ingebouwd. De ‘mindset’ bij kennisdelen is ruilen: voor wat hoort wat. Dit leidt niet tot een positieve spiraal van kennisopbouw.

Ik denk dat een onderzoekscommunity pas van de grond komt, als één partij zonder voorwaarden zijn/haar kennis ter beschikking stelt aan zijn ‘peers’, met een uitzicht op een wenkend perspectief. Net zoals het werkt bij de ontwikkeling van open source software. Maar probeer onderscheid te maken tussen mensen die de waarde van je kennis begrijpen en waarderen en anderen, geef niet teveel parels aan de zwijnen!

5. Span organisaties als paard voor de inhoudelijke kar

Hoe inhoudelijk je oriëntatie ook is, uiteindelijk krijg je met organisaties, belangen, hiërarchie, macht, geld en structuren te maken. En dat is niet erg. Het staat buiten kijf dat zij ook heel krachtig zijn voor het versterken en ondersteunen van een activiteit. Het is mijn ervaring dat als je een inhoudelijk functionerende community hebt, met concrete producten, dat dat min of meer vanzelf geld en organisaties van buiten aantrekt. Die structuren kunnen de community heel goed ondersteunen. Ik denk zelfs dat het voor de continuïteit van een community van groot belang is als er ook geld te verdienen valt met de producten van de community. Het feit dat men ervoor wil betalen geeft ook aan dat het nut heeft, en net als gezamenlijke trots op het resultaat, is dat een bindmiddel.

In het geval van de WESP zijn er verschillende organisaties die ieder op hun eigen manier garen spinnen bij de publieke richtlijnen die door de WESP worden opgesteld. Een belangrijke groep zijn de hoger onderwijs instellingen. Voor deze groep biedt de WESP de mogelijkheid voor het genereren van inhoud voor onderwijs aan studenten. Sportevenementen zijn een populair onderwerp bij veel studenten. De WESP maakt richtlijnen die als basis dienen voor evaluaties die door studenten kunnen worden uitgevoerd. Hiermee doen zij ervaring op, en de dataverzameling die bij de evaluaties hoort is daardoor relatief goedkoop. Ik denk dat het belangrijk is dat de kern van de WESP gevormd wordt door onderzoekers en docenten van verschillende hbo instellingen, omdat deze instellingen een inhoudelijk belang hebben bij de ontwikkeling en verspreiding van kennis. Het is zeker niet zo dat hbo instellingen gemakkelijk kennis delen, maar de commerciële druk om kennis voor zich te houden is kleiner dan bij veel onderzoeksbureaus.

De kwaliteitsbewaking van de dataverzameling en de bijbehorende cijfers en conclusies is voor een belangrijk deel in handen van de bij de WESP betrokken onderzoeksbureaus. Hierbij hoort onder andere een ‘peer review’ door een tweede onderzoeker. Dit zijn onderzoeksprojecten die over het algemeen betaald worden door gemeenten, en die onderzoeksbureaus dus een financiële prikkel geven om bij de WESP aan tafel te zitten.

Voor de gemeentes en organisatoren biedt de WESP een mogelijkheid om op relatief goedkope wijze evenementen te evalueren. Gemeenten kunnen zo verantwoording afleggen voor verstrekte subsidies aan hun gemeenteraad en organisatoren hebben een communicatie middel. De WESP heeft bij haar ontwikkeling duidelijk geprofiteerd van de bruikbaarheid zijn producten voor de agenda van bijvoorbeeld de sportkoepel NOC*NSF. Het idee om de Olympische Spelen naar Nederland te halen, gaf een grote boost aan de interesse voor het in kaart brengen van de effecten van sportevenementen. De WESP heeft hier financieel baat bij gehad, want het uitwerken van de meeste richtlijnen is betaald uit de pot voor de Olympische Spelen. Vanuit het perspectief van NOC*NSF was de WESP een van de vele paarden voor de kar van de Olympische Spelen. Vanuit de WESP waren de Olympische Spelen het paard voor de kar van onderzoek. Inmiddels is de organisatie van de Olympische Spelen in Nederland in de koelkast gezet, maar dit heeft geen gevolgen gehad voor het functioneren van de WESP.

Bij het opzetten van een community is mijn advies om zoveel mogelijk inhoudelijke geïnteresseerden te benaderen en je te concentreren op de inhoud en de inhoudelijk gemotiveerden. Wees bereid om iets weg te geven. Op het moment dat het initiatief de aandacht trekt van gevestigde partijen (instellingen, overheden), is het goed om je initiatief niet op te hangen aan één organisatie, maar een spreiding te waarborgen. Mocht ondersteuning van een juridische vorm onvermijdelijk zijn, bijvoorbeeld een stichting, dan moeten de organisaties met met de grootste inhoudelijke affiniteit de grootste zeggenschap in bijvoorbeeld een bestuur hebben. Maar kies ook hier voor vertegenwoordigers die inhoudelijk goed zijn en bij voorkeur niet voor de ‘belangrijke’ mensen met de volle agenda’s en grote ego’s. Want voor je het weet spannen ze jouw idee voor dat karretje.

Met dank aan Jouke van der Werff voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

Dit blog is een vervolg op het blog Inhoud boven vorm

Laatst aangepast op

Egbert Oldenboom is onderzoeker, community builder en (sinds 2013) blogger. Hij schrijft over alles wat hem raakt.

  • Egbert Oldenboom
    Egbert Oldenboom zaterdag, 25 januari 2014

    Voor mij is het verschil dat er in een community een grotere betrokkenheid is, op een doel en/of op elkaar. Een netwerk klinkt voor mij vrijblijvender. Inderdaad moet je één of meer echte trekkers hebben wil het werken. Net als bij een forum op internet.

  • Gast
    Karen Daleboudt zaterdag, 25 januari 2014

    Wat is eigenlijk het verschil tussen een netwerk en een community? Misschien is het wel hetzelfde. Ik heb de afgelopen jaren actief deelgenomen aan een flink aantal netwerken. Mijn analyse is dat meesten hun belofte niet waar maken. Wat ik aanvullend op jouw regels belangrijk vind is dat er een actieve facilitator is die het netwerk blijft stimuleren en behoeden voor verval dat kan intreden door teveel commerciele belangen, oppervlakkigheid en passiviteit. Groet, Karen

    Antwoord Annuleer

Laat uw reactie achter

Gast
Gast donderdag, 14 december 2017

Meerwaarde op Facebook