Egbertale

Over zingeving en economie en alles wat daar tussen ligt

  • Home
    Home Hier kunnen alle blogberichten op de hele site gevonden worden.
  • Tags
    Tags Toont een lijst met tags die in de blog gebruikt zijn.
  • Inloggen
    Login Inlogformulier

Inhoud boven vorm

op
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 3052
  • Afdrukken

Een aantal jaren geleden deed ik in het zuiden van het land een onderzoek naar de haalbaarheid van een sportmedisch centrum speciaal gericht op jonge sporttalenten. Het bleek dat er voor deze groep jonge (top)sporters weinig medische voorzieningen zijn, terwijl er grote behoefte aan is. Ik sprak toen met een jonge ondernemer die zeer betrokken was bij dit onderwerp, en hij had initiatief genomen om zoiets te regelen voor jonge voetballers bij de plaatselijke professionele voetbalclub. Een van zijn uitspraken over een andere, meer ambtelijk ingestelde partij X is mij altijd bijgebleven. Hij zei toen: ‘X doet uit zichzelf niets, hun houding is: geef ons een zak met geld, dan gaan we bewegen’. Dat was voor mij een eye-opener, want ik realiseerde me op dat moment dat ik ook vaak redeneerde als X. Bij het uitvoeren van een nieuw idee was mijn natuurlijke reflex om eerst naar financiering en structuur te zoeken voor ik tot actie overging. Die uitspraak was voor mij de aanleiding om me te bezinnen over mijn eigen gedrag en over de relatie tussen vorm en inhoud.

Het succes en de verspreiding van een nieuw idee staat of valt vaak met de kwaliteit van de organisatie. Maar juist de organisatie is op korte of langere termijn vaak weer een bedreiging van de inhoud, paradoxaal genoeg. Dat soort dynamiek is goed zichtbaar bij religieuze ideeën. Neem het christendom: rond 300 was naar schatting 10% van de inwoners van het Romeinse Rijk christen. Toen werd het een staatsgodsdienst en het christendom ontwikkelde een sterke centrale organisatie, de Rooms Katholieke kerk. Naar schatting was enkele decennia later al 40% van de inwoners van het Romeinse Rijk christelijk. De kerk werd in de loop van de middeleeuwen als instelling zo succesvol en machtig, dat het een politieke factor op zich werd. De centralistische kerk was vooral bezig met aardse belangen. Dit ging gepaard met corruptie en machtsmisbruik. De vorm was belangrijker geworden dan de inhoud, zeker in de ogen van de bevolking. Dit lokte zoals bekend allerlei tegenbewegingen uit, zo stichtte Geert Grote in de 14e eeuw de beweging van de ‘moderne devotie’. Eén van zijn leerlingen, Thomas a Kempis schreef: ‘ De imitatione Christi’, leven volgens Christus, het meest verspreide boek in de middeleeuwen na de Bijbel. Het was een oproep om terug te keren naar de kernwaarden, de inhoud. De moderne devotie wordt wel als een voorbereider van de reformatie gezien, de protestantse revolutie tegen de verstarde Rooms Katholieke kerk.

Dezelfde historische dynamiek is zichtbaar in andere spirituele bewegingen. Rond 500 v. Chr. observeerde Siddhartha Guatama hoe de spirituele inzichten van zijn voorvaderen waren verworden tot formele rituelen die alleen door specialisten, de Indiase brahmanen mochten worden uitgevoerd. Siddhartha’s idee, namelijk dat de mens zich door eigen inspanning kon bevrijden van zijn lijden, door inzicht in de werking van zijn geest, werd de grondslag voor het boeddhisme. Een revolutionair idee, dat miljoenen volgers kreeg door heel Azië. Enkele eeuwen later was vrijwel heel India Boeddhistisch. In de periode erna gebeurde er echter iets merkwaardigs, want aan het begin van de 20e eeuw was het boeddhisme in India vrijwel verdwenen, terwijl zich het in de rest van Azië heeft gehandhaafd. De achtergrond van deze ontwikkeling in India is een complexe geheel van politieke en sociale factoren, maar één van de oorzaken is dat het boeddhisme steeds meer een aangelegenheid werd van monniken in kloosters, waardoor het inboette aan zeggingskracht. Het verloor het contact met de samenleving. De inhoud (de leer van Boeddha) stolde in een vorm en verloor op die manier zijn aantrekkelijkheid voor de massa.

Spirituele bewegingen zijn voorbeelden waarbij duidelijk zichtbaar is hoe de inhoud telkens weer opgegeten dreigt te worden door de vorm. Maar eenzelfde principe is zichtbaar in andere organisaties. Veel organisaties beginnen vanuit een inhoudelijke ‘drive’ van de oprichter. De ondernemer die op zijn spreekwoordelijke zolderkamer een uitzendbureau begint. Hij ziet de maatschappelijke behoefte en werkt met zijn beperkte middelen. Zijn idee is een succes, de organisatie groeit en de managers nemen het over. Het product staat niet meer centraal, maar de overleving van de organisatie. Of neem actiegroepen en politieke partijen. Ooit opgericht met een nobel doel voor ogen, lijken zij vaak na verloop van tijd op structuren die op zoek zijn naar inhoud.

Het is trouwens vaak niet alleen de inhoud die opgegeten wordt door de vorm, ook de mensen worden ondergeschikt gemaakt aan de organisatie. Ik werkte ooit bij een hoger-onderwijsinstelling en in het onderwijs zijn roosters heilig, zo merkte ik al snel. Omdat alles op maat gesneden werd door het rooster, voelde ik me als een aardappeltje in een frietsnijder. Misschien ben ik een pessimist, maar veel organisaties zijn te omschrijven als sociale machines die mensen gebruiken als input voor… ja voor wat? Meestal hoofdzakelijk voor hun eigen voortbestaan. Economische overleving lijkt het belangrijkste doel van dit soort organisaties. Het middel is doel geworden.

Niemand vindt het natuurlijk leuk om door een organisatie ‘verslonden’ te worden en gebruikt te worden als een input voor overleving. En juist de werknemers die zich ontwikkelen en een persoonlijke groei doormaken, voelen de discrepantie tussen de eigen waarden en het mechaniek van de organisatie. De (oudere) werknemer heeft vaak het gevoel dat hij zij ‘uit de organisatie groeit’, De organisatie als sociale machine ervaart de werknemers als inflexibel en eigenwijs. Het resultaat is meestal dat er een nieuwe zzp’er geboren wordt. Binnen organisaties worden dit soort processen natuurlijk ook onderkend. De bureaucratische moloch is het ultieme schrikbeeld van veel organisaties en managers, vandaar dat ‘ondernemerschap’, ‘missie’, ‘persoonlijke ontwikkelingsplannen’, ‘leiderschap’, ‘authenticiteit’ tot het verbale arsenaal van elke moderne manager behoren. Ik geloof echter niet dat dit soort pogingen om de inhoudelijke drive (opnieuw) op te wekken, echt werken, omdat het belang van de organisatie uiteindelijk prevaleert boven het belang van de inhoud.

De historische dynamiek waarbij goede ideeën ten ondergaan aan een succesvolle vorm, zal wel eeuwig doorgaan. Maar op het huis-tuin-en-keukenniveau van ons dagelijks werk denk ik dat er wel iets aan te doen valt. Als je ziet dat er te weinig energie te besteed wordt aan de inhoud en teveel aan de vorm, kun je de inhoud verdedigen. Wil je een inhoudelijke vernieuwing, focus je dan ook op de inhoud en vergeet de vorm. Richt je op personen en niet op vertegenwoordigers van organisaties. Die boodschap is voor velen lastig te hanteren, want het is in onze maatschappij gebruikelijk om onmiddellijk vormen te zoeken. ‘Hoe vinden we financiering, moet het een stichting of een vereniging worden, hoe krijgen we organisatie Y achter ons initiatief?’ Ik pleit ik hier voor vormloze initiatieven.

Een community is een voorbeeld van wat ik bedoel met een vormloos initiatief. Een community is een groep mensen die zich op inhoudelijke gronden met elkaar verbonden voelt. De verbinding kan een zakelijk doel dienen, zoals het ontwikkelen van (open source) software, maar ook een meer persoonlijk doel, zoals het uitwisselen van ervaringen. Een community is niet een organisatievorm naast andere (juridische) vormen, zoals een stichting, vereniging of onderneming, maar het is ‘los zand’, een manier van organiseren die naast of binnen deze structuren kan bestaan. In een volgend blog beschrijf ik aan de hand van een voorbeeld hoe zo’n community kan functioneren.

Laatst aangepast op

Egbert Oldenboom is onderzoeker, community builder en (sinds 2013) blogger. Hij schrijft over alles wat hem raakt.

  • Gast
    Karen Daleboudt dinsdag, 07 januari 2014

    Een community lijkt mij een prachtige vorm om inhoud met elkaar te delen. Soort zoek soort. Soms knelt het leven: ook een vorm dus. Maar dank voor de oproep om te gaan voor de inhoud. Daar word ik warm van. In welke vorm dan ook. Groet, Karen

    Antwoord Annuleer
  • Gast
    Egbert Oldenboom vrijdag, 10 januari 2014

    Leuk dat het je aanspreekt, tot binnenkort!

  • Gast
    Gerda dinsdag, 07 januari 2014

    Heel treffend geschreven Egbert! Knap zoals je die voorbeelden met achtergrondinformatie weet aan te dragen. Groetjes, Gerda

    Antwoord Annuleer
  • Egbert Oldenboom
    Egbert Oldenboom vrijdag, 10 januari 2014

    Dankjewel Gerda!

Laat uw reactie achter

Gast
Gast zondag, 22 juli 2018

Meerwaarde op Facebook