Egbertale

Over zingeving en economie en alles wat daar tussen ligt

  • Home
    Home Hier kunnen alle blogberichten op de hele site gevonden worden.
  • Tags
    Tags Toont een lijst met tags die in de blog gebruikt zijn.
  • Inloggen
    Login Inlogformulier

Wij en zij

op
  • Fontgrootte: Groter Kleiner
  • Hits: 1697
  • Afdrukken

De Nederlandse identiteit is volgens Trouw één van de belangrijkste thema’s van de verkiezingen. Zo rept het verkiezingsprogramma van het CDA over de moeizame integratie van nieuwkomers die vragen oproept over onze identiteit. Een gedeelde identiteit kan een gevoel van verbondenheid geven. En we snakken naar verbondenheid: de PvdA noemt haar programma ‘Een verbonden samenleving’ en de PVV koestert het ‘wij gevoel’ én een nationale identiteit met ‘Nederland weer van ons’ . Maar volgens NRC columniste Jutta Chorus impliceert elk wij-gevoel ook een zij. Hoe zit dat met identiteit? Is het altijd verbindend én polariserend?

‘Hup de meiden zijn niets’ zongen we als jongens op schoolreis. De meiden, dat waren zij - de jongens, dat waren wij. En wij hadden behoefte aan ons afzetten tegen die meiden. Dat hoorde bij het zoeken naar onze mannelijke identiteit.

Volgens psychiater Jan Koerselman (Wie wij zijn) zit het met onze identiteit ongeveer zo: we zijn wezens die streven naar behoeftebevrediging. Deze behoeften zijn van laag (eten, seks) naar hoger (sociale bevestiging). Hoe beter we in staat zijn om onze (hogere) behoeften te bevredigen, hoe steviger onze identiteit is. En hoe beter onze identiteit is, hoe beter we sociaal functioneren en hoe hoger onze groepsstatus. Want de mens, aldus Koerselman, is nu eenmaal een groepsdier. Een sterke identiteit is dus een instrument, sociaal kapitaal, volgens Koerselman.

Er is, nog steeds volgens Koerselman, een ingebouwde spanning tussen onze verlangens, bijvoorbeeld het verlangen naar zelfstandigheid, autonomie, en de behoefte aan ‘ergens bij horen’, verbinding. Die spanning uit zich als identiteitsprobleem: we willen eigen zijn, maar tegelijkertijd ergens bij horen. Doordat we onze autonomie versterken, verzwakken we onze sociale binding. Of als je het in sociale termen formuleert: door de individualisering verdwijnt het gevoel ergens ‘bij te horen’. Velen voelen zich ontheemd in onze ‘geïndividualiseerde’ maatschappij. De individualisering wordt door sommigen dan ook als een groot maatschappelijk kwaad gezien.


De behoefte om ons af te zetten tegen het andere geslacht verdween in de puberteit als sneeuw voor de zon. Wat niet wil zeggen dat onze identiteit als ‘jongen of man’ verdween. Het vraagstuk wat het betekent om man te zijn bleef spelen, maar op een andere manier. Het werd complexer, verschillen met het andere geslacht werden interessant. De andere groep is niet minder, maar anders.

Mijn identiteit als (hetero) man werd in de loop der jaren een samengesteld geheel, gerelateerd aan beelden die ik heb over mannen. Sommige zijn positief, andere negatief. Maar ik hoef me niet meer te verdedigen door me tegen vrouwen af te zetten, of door me met mannendingen te identificeren. Mannen houden van voetbal, vrouwen niet. Knaagt het aan mijn identiteit als man dat ik niet van voetbal hou? Niet echt. Die identiteit is in hoge mate een vanzelfsprekendheid geworden. Mijn verlangen om bij de mannelijke peer group te horen is verdwenen. Het verschil met vrouwen is er en ik vind het fascinerend en verrijkend.

Dient een sterke identiteit altijd als kapitaal om onze positie in de groep te verbeteren, zoals Koerselman aanneemt? Nee, het is wat mij betreft andersom: groepsstatus is een uitdrukking van een bepaald type identiteit, de peer group identiteit. Kinderen voelen zich veiliger in een groep. Het cultiveren van de verschillen met de andere groep benadrukte de overeenkomsten met de eigen groep. Maar dat geldt niet altijd voor volwassenen. Identiteit is niet per sé een groepsding.

Identiteiten kun je zelf verwerven, bijvoorbeeld door een studie, of door een huwelijk. Deels krijg je ze in de schoot geworpen, als erfenissen. Ik ben een zoon van mijn vader, van mijn land en van mijn tijd. Het zijn erfenissen die ik deels heb aanvaard, aangepast en verworpen. Het verhouden tot die erfenissen en verworvenheden is de kern van mijn persoonlijke identiteitsvraagstuk. Andere mensen met andere identiteiten helpen daarbij, maar niet als startblokken om me af te zetten. Het zijn eerder spiegels en lantaarns die reflecteren en bijlichten bij een zoektocht.


Als je boven je sociale identiteit uitgroeit, betekent dat, dat je niet meer zoekt naar de overeenkomsten met je ‘peer group’ en de verschillen benadrukt met diegenen die daarbuiten vallen. Je ziet jezelf en anderen niet meer als vertegenwoordigers van een bepaalde groep. Autonomie is geen vraagstuk meer maar een uitgangspunt. De verschillen tussen jou en anderen ervaar je als steeds groter. Zo groot, dat je je geen zorgen meer maakt over of je wel ‘eigen’ genoeg bent. Het grootste probleem wordt: hoe overbrug je de verschillen, niet tussen groepen maar tussen mensen. Je ziet dat groepsgebeuren langzamerhand als een fase.

Wat ik hierboven beschrijf, wordt mooi omschreven met de term individuatie van psychoanalyticus Jung. Individuatie is ‘het proces waarbij het bewustzijn van een persoon geïndividualiseerd en gedifferentieerd wordt van andere personen. Met andere woorden: individuatie is een groeiproces, volwassen worden, waarbij de mens zich bewust wordt van zijn uniekheid tegenover andere mensen.’(Wikipedia). Dit proces ontbreekt in het betoog van Koerselman.

Dat onze identiteit iets zegt over onze verhouding tot anderen staat buiten kijf. Er is ongetwijfeld een relatie tussen het toegenomen bewustzijn over persoonlijke groei (individuatie) en individualisering. Het verlangen naar autonomie, dat met individuatie gepaard gaat, heeft geleid tot een bestaan dat minder bepaald wordt door de groepen waar we deel van uit maken, zoals vroeger de kerk en de familie. In die zin is individuatie de psychologische motor achter individualisering. Maar, individuatie wordt vanuit een sociaal perspectief vaak verkeerd begrepen, als ware het ‘egoïsme’, ikke-ikke.

Vanuit een groei perspectief is individuatie juist het antwoord op een peer group identiteit die haar kracht ontleend aan een wij-zij denken. Individuatie en individualisering zijn niet het probleem. Het cultiveren van het onderscheid wij-zij is alleen maar de eerste, onzekere stap in het verwerven of aanvaarden van een identiteit. Een sociale identiteit is uiteindelijk maar een fase op weg naar een persoonlijke identiteit.

Afbeelding: 'WIJ' onderdeel van 6 delig kunstwerk 'Ik en de Ander' van Marc Ruygrok in Deventer

Laatst aangepast op

Egbert Oldenboom is onderzoeker, community builder en (sinds 2013) blogger. Hij schrijft over alles wat hem raakt.

  • Gast
    Robert Bakker donderdag, 23 februari 2017

    Als ik dit verhaal lees, moet ik onwillekeurig denken aan de 'Kees Lunshoflezing' die Hans Anker onlangs gaf in Nieuwspoort. Hans ziet in de huidige publieke discussie een tweedeling tussen 'de studeerkamer' waar hoogopgeleide mensen in een glazen kooi rationeeel met elkaar discussiëren, en 'de camping' waar 'de boze burger' vanuit zijn gevoel redeneert, zonder noodzakelijkerwijs op de hoogte te zijn van alle feiten. Ook een soort 'wij' en 'zij' dus, want ik vermoed dat deze blog met name wordt gelezen door bewoners van 'de studeerkamer'. Die 'grote bek' van 'de boze burger' komt vaak voort uit een gevoel van onmacht of achterstand. En ik vermoed dat veel van onze landgenoten 'op de camping' het hierboven beschreven proces van individuatie niet bewust zullen meemaken. De tegenstelling tussen 'wij - de studeerkamer' en 'zij - de camping' zal blijven bestaan.

    Hoe hiermee om te gaan? Volgens Anker is het de taak van de hoog opgeleide mensen in 'de studeerkamer' om zich te verdiepen in de - soms niet op feiten gestoelde - angsten van de boze burger. Neem bijvoorbeeld de angst dat door 'Europa' en de open grenzen onze banen worden 'weggepikt' door immigranten of Oost-Europese arbeiders.
    Een verkeerde reactie is volgens Anker om deze angst te bagatelliseren, de case Europa 'nog eens goed uit te leggen' of in een uiterste geval de boze burger naar de mond te praten. De boze burger is niet gek! Het is de kunst om met mensen in gesprek te gaan, er samen achter te komen wat hen werkelijk dwars zit en hen niet naar de mond te praten, maar juist tegenspraak te bieden. Daarbij hoort dat je als politicus de 'boze burger' het gevoel van controle teruggeeft, open bent, responsiviteit toont en daadwerkelijk macht deelt.

    Veel politici hebben volgens hem nog het nodige huiswerk voor de boeg:
    - Het ontwikkelen van echte nieuwsgierigheid naar de camping;
    - De camping een gevoel van controle teruggeven;
    - Meer responsiviteit ten opzichte van de camping.

    In aanvulling op Anker denk ik persoonlijk dat heeeeel veel politici en studeerkamer geleerden de afgelopen decennia de ongeremde economische krachten van 'globalisering' en 'Europa' volkomen hebben onderschat. De angst van de 'boze burger' voor Europa was misschien wel deels terecht! Je ziet nu dan ook dat steeds meer partijen (na SP en PVV recent ook Asscher en Buma) de impact van Europa proberen te beperken door de open grenzen ter discusie te stellen.

    Een aanrader, dat verhaal van Anker, dat je via google ('Hans' 'Anker' 'Nieuwspoort') eenvoudig kan vinden.

    Antwoord Annuleer
  • Egbert Oldenboom
    Egbert Oldenboom donderdag, 23 februari 2017

    Als ik jou en Anker goed begrijp moeten we het 'wij zij' denken bestrijden door onszelf als studeerkamer tegenover de camping te plaatsen. Dat is het probleem bestrijden door het in stand te houden. Mmm, ik loop daar toch niet echt warm voor.

  • Gast
    Marjanne woensdag, 22 februari 2017

    Ha Egbert,

    Dank je wel voor je overpeinzingen!

    Ik zit er even over door te mijmeren.
    Want politieke partijen hebben het natuurlijk nodig om hun doelgroep aan te kunnen spreken, om te weten om welke identiteit het gaat.
    Daar komt bij dat het onderwerp van de identiteit voor 1 van de partijen een zodanig grote rol speelt, dat door zijn polariserende houding andere partijen min of meer gedwongen worden ook hun identiteit te verstevigen.
    In een samenleving moet je echter wel streven naar verbinding, anders blijft er van 'samen' zo weinig over en krijg je chaos en anarchie.
    Hoe kun je streven naar verbinding zonder te vragen dat mensen dezelfde groepsidentiteit bezitten?
    Ik begrijp uit jouw betoog dat dit vraagt om een proces van individuatie. Daar herken ik veel in.
    Maar we leven juist ook in een samenleving waarin niet alle mensen op het zelfde individuatie-niveau zitten. De een is verder in het proces dan de ander. Ieder heeft zijn eigen individuele proces te gaan en wordt daarin wel beïnvloed door de processen van de mensen om zich heen. Dus deels door de mensen met wie de identiteits-fase en peergroup gedeeld wordt èn deels door mensen die daar omheen leven.
    Als we in staat zijn om ons oordeel-loos te verhouden tot mensen in een andere peergroup of individuatie-niveau dan kunnen we ons ook blijven verbinden met die mensen en een mooie (kleur-)rijke samenleving hebben.
    Daar kleven echter in mijn optiek 2 hele sterke verstoorders aan:
    * samenleven vraagt om normen en waarden en daaruit voortkomende regels om alles lekker te laten lopen. Normen en waarden van de ene peergroup vragen om andere regels dan die van de andere. En dat staat op gespannen voet met 'oordeel-loosheid'. En dus ook met het gevoel van verbondenheid.
    * in de politiek wordt momenteel de kreet gehoord dat de 'zittende partijen' het contact met het grootste deel van de samenleving hebben verloren. Vertaal ik dit naar jouw betoog met mijn aanvulling, dan zie ik dat ook hierin de verschillen in individuatie-processen een grote rol kunnen spelen. Met als gevolg dat de 'zittende partijen' (en enkele andere) niet zo'n geweldige behoefte hebben aan groeps-identiteit vast te houden om zich verbonden te kunnen voelen. Terwijl een belangrijk deel van de andere medelanders in een individuatie-fase zit waarin de behoefte aan identiteit juist erg groot is. Ook dit levert grote spanningen op, zeker in verkiezingstijd.

    Leuk om daarover zo door te denken.
    Alleen dan denk ik nu: ja, en? Wat lost het op?
    'k Zou het niet weten! En ik zie het gelukkig niet (meer) als mijn taak om hierin oplossingen aan te rijken.
    Het enige is dat ik gefascineerd ben door menselijk gedrag en vanuit mijn fase van individuatie ook de behoefte heb om mensen te blijven vragen door te denken over de oordelen die ze vellen over anderen en zichzelf. Want hoewel ik over een grote mate van autonomie beschik, heb ik ook grote behoefte om me verbonden te blijven voelen met de mensen om me heen (en dat kan heel wijd zijn, op sommige momenten misschien wel aarde-breed).

    Antwoord Annuleer
  • Gast
    Karen Daleboudt dinsdag, 21 februari 2017

    Helemaal eens dat het proces van ontdekken en accepteren waarin je anders bent dan anderen cruciaal is om je als mens verder te ontwikkelen. Wat in deze polariserende wereld weleens op de achtergrond raakt is het respect voor de verschillen tussen mensen. Mijn ervaring is dat het heel nuttig is dat mensen zich realiseren waar ze 'uniek' in zijn en dat het vervolgens verdraaid handig is als ze leren om te overbruggen naar mensen die anders zijn. Als dat niet gebeurt overwint het recht van de sterksten (lees grote bek) en ontstaat er een monocultuur waarin andersdenkenden onderdrukt worden.

    Antwoord Annuleer
  • Egbert Oldenboom
    Egbert Oldenboom woensdag, 22 februari 2017

    Dankjewel Karen!

Laat uw reactie achter

Gast
Gast dinsdag, 23 oktober 2018

Meerwaarde op Facebook